The Brendan Talks: Homestudio Tips Part 1

‘Neem nú de tijd je mogelijkheden te verkennen’ is het advies van foto-professional Brendan de Clercq. Kijk wat licht doet, kijk wat je met het omgevingslicht kunt doen, en speel met je camera-instellingen.

BRENDAN, STEL JE WILT THUIS PORTRETFOTO’S MAKEN, HOE GA JE DAN AAN DE SLAG?

Heb je geen flitser, maak dan gebruik dan een raam als lichtbron. ‘Dat kan mooi zacht licht opleveren.De zon moet dan niet rechtstreeks naar binnen vallen. Indirect licht via een raam, dat is mooi. Liefst zou ik dan een flitser aan de andere kant van het model plaatsen. Om de schaduwen op te helderen. Dat mag gewoon een losse opsteeklfiter zijn, maar die gebruik je dan wel los van je camera. De flitser ontsteek je via een radio-ontsteker, dus draadloos. De hoeveelheid flitslicht stel je handmatig in, dus je flitser moet wel een manual-instelling hebben. Dit invul-flitslicht wordt uitstekend bruikbaar als je er een flitsparaplu bij gebruikt. Cameraland heeft een houdertje waar je de flitser mee op een statief kunt zetten; daar kan je ook een flitsparaplu in vastmaken.

EN ALS JE HET SERIEUZER WILT AANMAKEN, WAT RAAD JIJ DAN AAN?

Het is natuurlijk ideaal als je je licht helemaal in hand hebt. Profoto heeft de A1 in prijs verlaagd, dat is mijn absolute aanrader, in combinatie met de witte doorschijnende paraplu met Backpanel. Die produceert zacht licht met karakter, je hebt er volop creatieve lichtmogelijkheden mee. Om de flitser los van je camera te gebruiken is een simpele koppeling via een radiografische triggerset oké. Wil je alle functies behouden, dan heb je de Profoto Connect nodig. Het enige wat je verder nog wilt is een verstelbaar kopje om hem op een statief te kunnen zetten. Heb je al een flitser, ga dan voor een statiefkopje en een paraplu.

OK, DAN HEB JE JE SPULLEN, EN WAT DAN?

Ik ga je niet keihard voorschrijven wat je moet instellen. Je moet het zelf ontdekken, en daar geef ik tips voor.

1. Varieer de afstand van de lichtbron

Hoe dichterbij je je lichtbron bij je model opstelt, des te zachter wordt het licht. Varieer en kijk wat er gebeurt. Schaduw maakt vormen en structuren zichtbaar. Aan jou de keuze: wil je een zacht effect of wil je meer pit in beeld.

2. Bepaal de invloed van het omgevingslicht

Je kunt de kortste sluitertijd gebruiken die jouw camera toelaat, meestal is dat iets rond 1/200 s. Maar als je langere sluitertijden gebruikt geef je het omgevingslicht meer invloed dus dan wordt de achtergrond lichter. Het omgevingslicht krijgt ook meer werking als je het diafragma op een lagere waarde instelt. En dat geldt ook voor de ISO-instelling: gebruik je ISO 400 in plaats van ISO 100, dan wordt je achtergrond ook lichter. En omgekeerd geldt ook: wil je een donkere setting, kies dan de kortste sluitertijd die voor flitsen mogelijk is, hou de ISO laag en kies een hoog diafragmagetal. Dit alles in de M-stand van de camera.

Wil je meer weten over lightshapen, maak dan een afspraak via deze link en dan helpt Brendan jou en jouw fotografie in een privéles graag naar een hoger niveau.