The Brendan Talks: Homestudio Tips Part 2

In part 1 liet Brendan ons spelen met het omgevingslicht. Nu gaat hij helemaal de andere kant op: stevige portretten met een donkere achtergrond.

BRENDAN, JE HEBT ONS VORIGE KEER LATEN ONTDEKKEN HOE JE OMGEVINGSLICHT KUNT LATEN MEESPELEN. NU WILLEN WE JUIST EEN DONKERE SETTING HEBBEN. HOE BEREIKEN WE DIE?

We gaan nu het omgevingslicht uitsluiten in plaats van toelaten. We gaan dus weg bij dat grote raam, we gaan wat dieper ons huis in. Doe je gordijnen dicht. Of zoek een kamer waar weinig licht binnenvalt. Kies bij voorkeur een donkere achtergrond of creëer die. Probeer ver voor de achtergrond te blijven, dan houd je die makkelijk onscherp.

En zorg ervoor dat er weinig licht je camera binnenkomt. Dus: stel je ISO in op de laagste waarde. En gebruik de kortste synchronisatietijd van je camera. Vaak is dat een sluitertijd van 1/200 of 1/250 seconde. Je kunt ook nog voor een hogere diafragmawaarde gaan. Dit alles natuurlijk in de M-stand.

OKÉ, DAN HEBBEN WE DE SETTING DONKER GEKREGEN, WAT DOE JE NU MET HET LICHT?

We gaan nu een flitser als lichtbron gebruiken, los van de camera. Je gaat nu experimenteren met de richting van het licht. Gebruik hem rechtstreeks voor een keihard effect. Of gebruik een kleine witte of zilveren paraplu. Werk je met een studioflitser, gebruik dan bij voorkeur een reflector.

 

HOE STUUR JE DE FLITSER AAN?

Bij veel camerasystemen is er een standaard-optie voor draadloos flitsen. De ingebouwde flitser werkt dan als commander en stuurt de externe flitser aan via gecodeerde flitspulsen. Hierbij is zelfs DDL-flitssturing mogelijk. Je kunt ook een radiografische flitstrigger gebruiken. De Hahnel Capture werkt prima. Je hebt dan geen DDL-flitssturing, maar voor dit werk kun je heel goed gebruik maken van de manuele regeling van je flitsoutput. Dit zit op de meeste reportageflitsers, alleen niet op de simpelste.

WELKE LICHTOPSTELLING BEVEEL JE AAN?

We zetten de flitser schuin van opzij, op 45 graden. Laat de flitser iets van boven schijnen.

Kijk nu heel goed wat er in het gezicht gebeurt, kijk waar de schaduwen vallen. Zie je onder het oog dat van de flitser is afgekeerd een omgekeerde driehoek van licht, dan heb je doorgaans de goede opstelling ten opzichte van het gezicht. Deze opstelling wordt wel de Rembrandtverlichting genoemd. Overigens: maak er geen dooie truc van, blijf kritisch. Pose en expressie komt altijd op de eerste plaats.

Het ligt voor de hand het licht af te stemmen op de lange kant van het gezicht, de kant die naar de camera is gericht. Maar dat is geen must. Je kunt het licht ook verder van de camera af brengen en richten op de korte kant van het gezicht. Dat werkt buitengewoon krachtig.

GEEN TWEEDE LICHTBRON NODIG?

In deze opstelling werken we echt met licht/donker, met chiaroscuro, met het Rembrandt-achtige licht. Maar je bent vrij om de donkere kant iets op te helderen. Doe dat met een tweede flitser of een reflectiescherm. Ga uitgebreid experimenteren. Varieer ook de afstand tussen lichtbron en model. Zie hoe het licht harder wordt naarmate je de afstand vergroot. En kijk vooral naar de sfeer die je bereikt, welk gevoel je beelden overbrengen.

Wil je meer weten over lightshapen, maak dan een afspraak via deze link en dan helpt Brendan jou en jouw fotografie in een privéles graag naar een hoger niveau.