The Brendan Talks: Homestudio Tips Part 3

Brendan heeft ons laten zien hoe je je omgevingslicht manipuleert (part 1) en hoe je je model in krachtig Rembrandt-licht zet (part 2). Nu laat hij ons spelen met verhoudingen. Dat heeft heel veel te maken met het objectief dat je kiest en de afstand waarop je iemand in beeld neemt.

 

 

BRENDAN, WELKE LENS ADVISEER JIJ VOOR PORTRETFOTO’S?

Voor een deel is dat een persoonlijke keuze. Dus ik beveel mensen aan: ga zelf proberen en evalueer de resultaten. Klassiek is een brandpuntsafstand van 85mm a 100mm voor fullframecamera’s, en 50mm voor camera’s met APS-C beeldsensor. Dat is niet omdat die lenzen iets speciaal doen met gezichten, het zit hem gewoon in de afstand waarop je zo’n lens gebruikt om een portret goed in beeld te krijgen. Als je iemand op ca. 1,5 m afstand fotografeert, krijg je een natuurlijke weergave van de verhoudingen in een gezicht. Met de afstand tot je model bepaal je de verhoudingen in een gezicht, met de brandpuntsafstand van het objectief hoe groot je onderwerp in beeld is.

MOET JE JE HOUDEN AAN DIE IDEALE AFSTAND?

Nee, ik raad iedereen aan uitgebreid te gaan experimenteren. Ga maar eens dichtbij met die groothoek en zie hoe de verhoudingen in een gezicht sterk veranderen, hoe alles feitelijk uit elkaar wordt getrokken. Of loop ver weg en zoom sterk in. Zie dan hoe je een gezicht platter maakt. En benader dit niet al te technisch, kijk welk gevoel het in je losmaakt. Stoei gerust met die verhoudingen, jij bent de maker, jij hebt het idee.

 

HEEFT DIT OOK BETEKENIS VOOR DE ACHTERGROND?

Ja, kijk vooral ook hoe de achtergrond verandert. Zet een tweede persoon 1 meter achter de eerste. Maak vervolgens een opname met een korte brandpuntsafstand, bijvoorbeeld 24mm van dichtbij, en vervolgens in de stand 200mm van ver weg. Zie hoe de grootte van de tweede persoon varieert en hoe de wereld om je modellen heen verandert!

IN HOEVERRE SPEELT DE SCHERPTEDIEPTE HIER OOK EEN ROL?

Hoe groter de afstand en hoe sterker je daarbij inzoomt, des te onscherper kun je je achtergrond krijgen. Op kortere afstand in de studio lukt dat ook, als de lens extra lichtsterk is, denk aan een 85mm met 1.4 als grootste opening.

Werk je relatief dichtbij met een ruime beeldhoek, bijvoorbeeld bij een portret op locatie, dan krijg je veel achtergrond te zien, die bovendien vrij scherp is. Zelfs met een extreem hoge lichtsterkte als f/1.4 lukt het je dan niet om totale onscherpte in de achtergrond te krijgen.

 

HOE STUUR JE DE FLITSER AAN?

Bij veel camerasystemen is er een standaard-optie voor draadloos flitsen. De ingebouwde flitser werkt dan als commander en stuurt de externe flitser aan via gecodeerde flitspulsen. Hierbij is zelfs DDL-flitssturing mogelijk. Je kunt ook een radiografische flitstrigger gebruiken. De Hahnel Capture werkt prima. Je hebt dan geen DDL-flitssturing, maar voor dit werk kun je heel goed gebruik maken van de manuele regeling van je flitsoutput. Dit zit op de meeste reportageflitsers, alleen niet op de simpelste.

 

WELKE LICHTOPSTELLING BEVEEL JE AAN?

We zetten de flitser schuin van opzij, op 45 graden. Laat de flitser iets van boven schijnen.

Kijk nu heel goed wat er in het gezicht gebeurt, kijk waar de schaduwen vallen. Zie je onder het oog dat van de flitser is afgekeerd een omgekeerde driehoek van licht, dan heb je doorgaans de goede opstelling ten opzichte van het gezicht. Deze opstelling wordt wel de Rembrandtverlichting genoemd. Overigens: maak er geen dooie truc van, blijf kritisch. Pose en expressie komt altijd op de eerste plaats.

Het ligt voor de hand het licht af te stemmen op de lange kant van het gezicht, de kant die naar de camera is gericht. Maar dat is geen must. Je kunt het licht ook verder van de camera af brengen en richten op de korte kant van het gezicht. Dat werkt buitengewoon krachtig.

GEEN TWEEDE LICHTBRON NODIG?

In deze opstelling werken we echt met licht/donker, met chiaroscuro, met het Rembrandt-achtige licht. Maar je bent vrij om de donkere kant iets op te helderen. Doe dat met een tweede flitser of een reflectiescherm. Ga uitgebreid experimenteren. Varieer ook de afstand tussen lichtbron en model. Zie hoe het licht harder wordt naarmate je de afstand vergroot. En kijk vooral naar de sfeer die je bereikt, welk gevoel je beelden overbrengen.

Wil je meer weten over lightshapen, maak dan een afspraak via deze link en dan helpt Brendan jou en jouw fotografie in een privéles graag naar een hoger niveau.